Monumentenliefde

Gepubliceerd op 20 maart 2025 om 13:35

Er zijn twee monumenten die in mijn jeugd zó de omgeving hebben bepaald waar ik opgroeide dat ik mij ook nu, heel wat decennia later, nog altijd realiseer dat dát de plek is waar ik vandaan kom. Dat zijn de Zemelpoldermolen aan de Ringsloot, en ’t Huys Dever, allebei in Lisse.

Die molen heeft vele jaren het uitzicht vanuit onze achtertuin bepaald. Vaak ben ik er langs gelopen en gefietst, onderweg naar school. Ook speelde ik rond de molen, of ik ging kijken als de doeken op de wieken waren geplaatst en de molen draaide. Een enkele keer ben ik ook binnen geweest, als de molenaar net bezig was. Tot de molen op een nacht in 1999 tot ieders ontzetting afbrandde. Ik was al lang en breed het huis uit, maar vond het verschrikkelijk de treurige resten te zien toen ik op bezoek kwam bij mijn ouders. Met veel inspanning van de Lissenaren is de molen herbouwd. Helaas was het eindresultaat te nieuw om nog status van Rijksmonument te kunnen behouden, maar ik vind het toch heel mooi dat op die plek weer een molen het landschap bepaalt.

Kasteel Dever, zoals getekend door P.J. Lutgers (1808-1874)

Minstens zo bepalend voor mijn monumentenliefde is het eveneens in Lisse staande Huys Dever geweest. Dever is een 14e-eeuwse donjon (een versterkte woontoren) waar in de loop van enkele eeuwen steeds stukken aan zijn toegevoegd, zoals dat overal gebeurde. Het landhuis dat zo ontstond bestaat inmiddels niet meer, want toen het rond 1750 leeg kwam te staan raakte het in verval en stortte het stukje bij beetje in. Alleen die donjon, die bleef overeind.

Als klein kind kende ik Dever als ruïne, een holle kies, vergelijkbaar voor mijn gevoel met de Ruïne van Teylingen die een paar kilometer verderop in het volgende dorp staat. Maar in de jaren 1970 werd de donjon gerestaureerd en daarna ook toegankelijk voor schoolklassen. Zo ben ik in die tijd als bezoeker voor het eerst binnen geweest. Het meest levendig staat mij bij hoe, vanuit één van de verdiepingen, een trap met een bochtje in het ‘niets’ eindigde. De ruimte waar deze trap ooit naar toe voerde is verdwenen, maar die treden zijn bij de restauratie zichtbaar gebleven en je kon daar dus zo naar de blauwe lucht kijken. Dat vond ik toen al machtig spannend.

In de jaren na de eerste restauratie zijn er archeologische opgravingen geweest naar bouwsporen van de verdwenen voorhof en muren. Het oude metselwerk van die voorhof is weer zichtbaar geworden en gedeeltelijk gereconstrueerd. Zo is in ieder geval de plattegrond van de voormalige ridderhofstad nu weer voor iedereen te zien en dat vind ik prachtig. Je moet voorzichtig zijn met terug restaureren of herbouwen, zo veel is wel duidelijk als je kijkt naar de Zemelpoldermolen. Tenminste, als je het vanuit de historische waarde als (Rijks)monument bekijkt. Bovendien denk ik soms dat echte ruïnes in Nederland misschien te weinig worden gewaardeerd. Maar Dever is gedeeltelijk gerestaureerd en gedeeltelijk in het landschap weer ‘in kaart gebracht’. Voor mij is het nu een prachtig voorbeeld van een plek waar het verleden tot leven is gebracht en zichtbaar is gemaakt. Waar het verhaal van lang geleden zonder al te veel woorden wordt verteld – je hoeft alleen maar te kijken. En dat soort plekken heb je nodig om je ergens mee verbonden te voelen.

 GF

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.